Hoe Ieder Talent Telt werkt!

- Jaar

HOE IEDER TALENT TELT WERKT, PERSPECTIEF VAN DE DEELNEMERS, ONDERZOEK RU HAN, IDA OOSTERHEERT, MEREL VAN DER WAL, MARLEEN VAN DE WESTELAKEN, SEBASTIAAN PLATVOET

Hoe Ieder Talent Telt werkt !  

Het perspectief van de deelnemers              

Managementsamenvatting Januari 2018        

Ida Oosterheert (RU)

Merel van der Wal (RU)

Sebastiaan Platvoet (HAN)

Marleen van de Westelaken (HAN)  

Over dit onderzoek

Het doel van dit onderzoek is om vanuit het perspectief van de bij ITT betrokkenen inzicht te krijgen in voorwaarden en factoren die in deze fase van de beweging bijdragen aan het bereiken van resultaten die getypeerd kunnen worden als ‘gewenst’ of zelfs ‘succes’. Ook is het doel aanknopingspunten te vinden voor succesvolle continuering van ITT in de (nabije) toekomst. In de periode april-juli 2017 zijn individuele, koppel- en focusgroep interviews afgenomen bij vier leden van het innovatieteam, alle bestuurders, zeven leden van het DO-IT team en de projectleider. In de samenvatting hieronder schetsen we hun perspectief in kort bestek. In italic trekken we conclusies en geven we hier en daar als onderzoekers onze interpretatie of duiding weer.      

1.  Dit is Ieder Talent Telt!     

De kerngedachte

Ieder Talent Telt (ITT) omschrijft zichzelf als ‘gericht op het op gang brengen van een beweging’. Binnen die beweging worden kinderen en jongeren ondersteund in het ‘worden wie ze zijn’. Dit gebeurt vanuit een ‘positief, waarderende houding naar alle kinderen en jongeren, gericht op doorlopende talentontwikkeling’. In de gesprekken met de deelnemers komt het beeld van ITT als een beweging inderdaad sterk naar voren. Het gaat om gezamenlijk dóen, anders organiseren, vanuit een netwerk door allerlei lagen heen. ITT is als het ware een maatschappelijke ontwikkeling, waarbij individueel en collectief welzijn en ontwikkeling voorop staan. Daarnaast wordt door gesprekspartners naar voren gebracht dat ITT staat voor ‘het open kijken naar bestaande onderwijs- en zorgsystemen en hoe deze georganiseerd zijn’. Door open te kijken en de (talent)ontwikkeling van jongeren daarbij voorop te zetten, komen bevorderende en belemmerende werkingen van deze systemen beter aan het licht. Bij de opzet van ITT past het om de invulling ervan aan de deelnemers over te laten. De term ‘beweging’ past volgens verreweg de meeste geïnterviewden beter bij ITT dan ‘project’, omdat er geen concreet doel is dat in activiteiten langs een tijdpad uitgezet kan worden. Het ontvouwt zich gaandeweg.      

We concluderen dat bij Ieder Talent Telt het bewegen richting een globaal verbindend doel centraal staat, namelijk talentontwikkeling voor iedereen.  Het is een brede beweging bestaande uit een hybride1, dynamische groep van intrinsiek gemotiveerde deelnemers in en om Nijmegen.  

 

Betrokkenen en hun rol(len) binnen ITT 

Op het moment van dit onderzoek bestaat ITT uit een stuurgroep, een innovatieteam, een do-itt team, diverse broedplaatsen en ‘losse’, incidentele deelnemers. De projectleider opereert door al deze groepen heen en is een belangrijke verbinder en gesprekspartner. Hoewel het verleidelijk is om deze structuur te vergelijken met die van een klassieke organisatie (stuurgroep, middenmanagement, projectleider en team) doet deze vergelijking de feitelijke interactie tussen deze ‘gremia’ geen recht. Conform de grondgedachte van ITT heeft elk gremium volgens de geïnterviewden de mogelijkheid, zo niet de expliciete taak, om aan te sturen, ideeën tot uitvoering te brengen, aan te jagen, af te stemmen, te verbinden en kritisch te bevragen.      

 

Geïnterviewden zien voor zichzelf en het gremium of de gremia waarin zij participeren vooral een verbindende rol weggelegd. Daarnaast ervaren en vinden ze dat ze een rol hebben in het heel concreet faciliteren van processen en in het reflecteren op proces en opbrengsten van ITT als geheel en op de opbrengsten voor henzelf. Er lijkt dus sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. Echter, de focus van deze verantwoordelijkheid verschilt: bestuurders van de onderwijsinstellingen noemen naar verhouding vaker de bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid van het onderwijs; het innovatieteam en het Do-ITT team zijn in verhouding meer gericht op verbindingen tussen personen, binnen en buiten onderwijsinstellingen. De broedplaatsen zijn meer gericht op het verder brengen van het thema waar zij aan werken.

 

De stuurgroep bestaat uit bestuurders van betrokken onderwijs- en opvangorganisaties in Nijmegen (KION, PO, VO, ROC, HAN, RU) en de gemeente. Leden van de stuurgroep zien zichzelf als een faciliterende laag; ze ondersteunen het innovatieteam en het DO-ITT team en leggen verbindingen tussen onderwijsinstellingen. Ook ziet de stuurgroep zichzelf als katalysator van de broedplaatsen, in de zin dat zij ervoor zorgen dat er waar nodig een nieuwe ingang gevonden kan worden, dat er een verbinding naar ‘buiten’ tot stand gebracht kan worden en dat de broedplaatsen zich ten volle kunnen ontwikkelen. Daarnaast zijn de bestuurders onderling elkaars spiegel, sparring partner en zorgen ze steeds meer voor een gezamenlijke ontwikkeling van Ieder Talent Telt, die daarmee de ontwikkeling van de eigen instelling(en) overstijgt.  Het innovatieteam bestaat uit onderwijsprofessionals uit de onderwijsinstellingen: docenten, stagebegeleiders, coördinatoren en leidinggevenden.

 

Het Innovatieteam zegt met name direct contact te hebben met jongeren die in broedplaatsen of het Do-ITT team bezig zijn met nieuwe ontwikkelingen. De rol van het innovatieteam wordt beschreven als ‘liaison officer’: zij zorgen voor een ruggensteuntje van studenten die via ITT buiten de gebaande paden willen leren, ze begeleiden in het leerproces en het vinden van nieuwe kansen als de opties uitgeput lijken.  Het DO-ITT team bestaat uit enkele tientallen actieve personen, met name jongeren, met geheel verschillende achtergronden en opleidingsniveaus. Studenten die betrokken zijn geraakt bij ITT vanuit hun opleiding worden uitgenodigd om zich aan te sluiten bij het DO-ITT team. Vanuit het DOITT team worden nieuwe initiatieven bedacht en ondernomen, en wordt eveneens gezorgd voor het verbinden van initiatieven. Het Do-ITT team noemt het meest nadrukkelijk dat vooral het proces het doel is.

 

Het DO-ITT team geeft vanuit de dagelijkse (onderwijs)praktijk aan waar er sprake is van schuring tussen elementen van het onderwijs/zorgsysteem en de talentontwikkeling zoals beoogd in Ieder Talent Telt. Zij zien het als hun taak te laten zien waar de schuring zit, hoe deze omgevormd kan worden en hoe (bestaande) instrumenten als hulpmiddel ingezet kunnen worden om de doelen van Ieder Talent Telt te bereiken. 

 

Nieuwe initiatieven krijgen veelal vorm in zogenaamde broedplaatsen; hierin komen DO-ITT leden en andere geïnteresseerde burgers (jongeren, professionals, ouderen, etc.) samen om tot dan toe ‘losse initiatieven’ te concretiseren. Sommige broedplaatsen bestonden al als lokaal initiatief voor de start van ITT en hebben zich aangesloten. De meeste broedplaatsen zijn echter n.a.v. ITT gestart. Een belangrijke eis die wordt gesteld aan een broedplaats is de hybride samenstelling van de deelnemers.      

We concluderen dat binnen ITT elk gremium en elk individu daarbinnen van zichzelf verwacht ITT mee te ontwikkelen, aan te jagen en de bestaande manier van werken kritisch te bevragen waar nodig. De projectleider wordt door elk gremium genoemd als een sterk verbindende factor die als enige de ware dwarsdoorsnede van ITT kent.     


De doelen 

De initieel vastgestelde bestuurlijke doelen van ITT zijn het aanboren van ieders talent en het ontwikkelen daarvan. Om deze inhoudelijke doelen te bereiken is er de overtuiging dat de weg daar naar toe een andere manier van denken en doen vraagt van iedereen. De gedachte hierachter is dat kenmerken van bestaande (onderwijs)organisaties soms belemmerend of zelf destructief werken op het aanboren en ontwikkelen van de talenten van jonge mensen. In de interviews klinkt steeds door dat ITT niet alleen gaat om talentontwikkeling maar ook om het met elkaar uitvinden van de weg daar naar toe. Beide doelen lopen in de gesprekken vaak moeiteloos in elkaar over. Er wordt gesproken over ‘de verantwoordelijkheid om te zorgen dat jongeren niet tussen wal en schip vallen’, ‘zorgen dat systemen meer fluïde worden’, ‘loskomen van het deficiëntie/ efficiëntie -denken’ , ‘toewerken naar zelfredzaamheid en veerkracht’ en daardoor álle jongeren de mogelijkheid geven om hun talenten te ontwikkelen. En ook: ‘doorgaande ontwikkeling mogelijk maken, verbinden, ruimte bieden, niet vastleggen wat de opbrengsten moeten zijn, ontregelen’.  De kracht van Ieder Talent Telt zit volgens alle betrokkenen vooral hierin, dat er het besef is dat er nieuwe manieren van denken en werken nodig zijn om het inhoudelijke doel ‘talentontwikkeling’ te bereiken en dat ITT ruimte biedt om deze wegen met elkaar -al doende- te vinden. Ook is er het besef dat iedereen, ongeacht positie of rol, van elkaar kan en moet leren om de beoogde doelen te bereiken en dat eigen talenten worden ingezet om die van anderen te ontwikkelen. Voor potentieel geïnteresseerden is deze werkwijze vaak moeilijk uit te leggen. Meedoen is de manier om het te ontdekken en te begrijpen.       We concluderen dat binnen ITT het ‘wat/waartoe’ (talentontwikkeling) en het ‘hoe’ (het uitvinden van nieuwe wegen daarnaar toe) de doelen zijn. Het ‘hoe’ is daarom anders vormgegeven dan ‘we’ veelal gewend zijn (in de vorm van een andere sturingsfilosofie) en moeilijk te begrijpen als je nog niet meedoet. Ondanks de intenties van ITT kan daarom het aanhaken en daarna het blijvend deelnemen aan ITT voor sommige geïnteresseerden en relevante stakeholders juist niet als laagdrempelig worden ervare.

 

2. Motivatie     

Vanuit welke motieven participeren mensen in ITT?

In ITT participeren studenten, leerlingen, ouders, onderwijs- en zorgprofessionals en bestuurders van alle sectoren die ons onderwijssysteem kent. Een belangrijke motivatie om deel te nemen aan ITT is voor al deze mensen de overtuiging en vaak de ervaring dat het huidige onderwijs/zorgsysteem te beperkend is voor veel jongeren, en dat het echt anders kan. ITT sluit voor hen aan bij waarden die   hier onder liggen zoals respect voor iedereen en het recht om je talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Ook bij de professionals en bestuurders klinken hierbij niet alleen organisatie gedreven of professionele motieven door, maar ook persoonlijke motieven zoals samenwerken met mensen die je anders nooit zou ontmoeten, mogelijkheden gaan zien die je anders niet zou zien, persoonlijk leren etc. Sommige deelnemers worden naar ITT getrokken vanuit fascinatie of nieuwsgierigheid; wat gebeurt hier allemaal, welke andere manieren van werken zijn er, wat is mogelijk? De motivatie van geen van de geïnterviewde deelnemers is om ‘heel het onderwijs om te gooien’, maar wel om te zorgen dat men elkaar - over de bestaande schuttingen heen - beter weet te vinden, een gezamenlijke taal ontwikkelt en loskomt van formele (organisatie)structuren en werkwijzen. Motivatie om te participeren binnen ITT komt soms ook voort uit een opleidingsvisie van een instelling. Bijvoorbeeld de visie dat studenten (meer) voeling moeten krijgen met het maatschappelijk veld waar zij zullen gaan werken en het belang van de door hen opgedane kennis. ITT kan hier een heel nabije, concrete invulling van zijn. 

 

Ongeacht de rol(len) die individuele betrokkenen vervullen binnen ITT, geldt dus dat het participeren binnen ITT in eerste instantie wordt ingegeven in het handelen voor anderen en in mindere mate voor zichzelf. Tegelijkertijd geven velen aan wel profijt te hebben van persoonlijke en professionele relaties die door het participeren binnen Ieder Talent Telt tot stand komen evenals van de nieuwe kennis en vaardigheden die worden opgedaan. Iedere deelnemer heeft een eigen bijdrage, een eigen manier van kijken en een eigen manier van taken oppakken en bijdragen en omdat hier ruimte voor is, valt er veel van elkaar te leren. 

 

Vanuit de verschillende motieven om te participeren in ITT ontstaat er veel beweging binnen ITT. De beweging zorgt ervoor dat inderdaad vaak en steeds meer gebeurt wat velen wensen, namelijk dat eerder gesloten deuren onverwacht open gaan en dat ongebruikelijke, maar leerzame en inspirerende verbindingen met mensen tot stand komen. Dit draagt weer bij aan een bredere blik en meer kennis van zaken, wat vervolgens bijdraagt aan de eigen (professionele) ontwikkeling en het zien van nieuwe mogelijkheden.     

 

We concluderen dat participatie in ITT geschiedt vanuit verschillende persoonlijke, organisatie gedreven en professionele motieven. De belangrijkste gemene deler hierin lijkt echter de aansluiting van zowel het inhoudelijke doel als de werkwijze van ITT bij persoonlijke en professionele waarden van de participanten.

 

3. Succes     

Wanneer vinden de betrokkenen dat ITT succesvol verloopt?

Het centrale gegeven van ITT als het bewegen richting een globaal verbindend doel, roept de vraag op hoe betrokkenen nagaan in welke mate ITT ‘succesvol’ verloopt. Het antwoord op deze vraag is eenduidig; als de beweging continueert, groeit in omvang en positieve impact heeft op de talentontwikkeling van jonge mensen. In het verlengde hiervan is een belangrijk ijkpunt dat er binnen en tussen organisaties daadwerkelijk meer ‘fluïde’ wordt nagedacht en gewerkt; bestaande structuren en werkprocessen worden bezien vanuit hun functionaliteit en waar nodig flexibel aangepast. Gevolg hiervan en daarmee ook een ijkpunt voor succes, is dat meer in hybride samenstelling van mensen wordt gewerkt en ontwikkeld en dat door verschillende lagen en niveaus heen van elkaar geleerd wordt. Een voorbeeld hiervan is dat de bestuurders nu ook een broedplaats vormen. Om zicht te krijgen op de mate van succes is het vooral belangrijk dat verhalen van jongeren tastbaar -in woord en beeld- worden gedeeld met alle betrokkenen. Daarbij worden successen gedeeld en gevierd, bijvoorbeeld van jongeren die iets bereikt hebben of die door bepaalde interventies niet tussen wal en schip zijn geraakt. Een voorbeeld hiervan is het succesvolle huiskamerfestival (najaar 2017).   

 

Wat is bepalend voor een succesvol verloop?

Betrokkenen zijn het erover eens dat ITT in de korte tijd van haar bestaan al een succes genoemd kan worden. Velen vinden dat zelfs als ITT nu zou stoppen het toch een succes is, omdat er al zoveel bereikt is en de ontwikkeling hoe dan ook gewoon doorgaat; het vliegwiel draait. De belangrijkste factor die tot dusver aan de voorspoedige start heeft bijgedragen is het elkaar kunnen vinden op het gezamenlijke doel ‘talentontwikkeling’ én de overtuiging dat de weg daarnaartoe een andere moet worden dan gangbaar is/was. Een andere belangrijke conditie voor het succes tot nu toe is een goede projectleider die verbindt, die op alle lagen kan communiceren en die rolmodel is voor de andere manier van innoveren. Verder is van belang dat op alle lagen, in elke groep of gremium, de betrokkenen regelmatig reflecteren op de werkwijze, het omgaan met elkaar, het doel, belemmeringen in henzelf en de opbrengsten, teneinde veranderingen in henzelf en/of hun (werk)omgeving tot stand te brengen. Samenwerken in hybride groepen rond eenzelfde thema of doel dient gestimuleerd te worden omdat het ogen, harten en handen opent en energie en nieuwe ideeën genereert. Een succesvol verloop is eveneens gebaat bij het uit handen durven geven van regie, dingen durven laten ontstaan en stilstaan bij successen. Tegelijkertijd is het van belang niet te snel willen gaan en oog hebben voor tempoverschillen in het begrijpen van het doel van ITT en de andere werkwijze. Door een aantal betrokkenen wordt benadrukt dat succesfactoren waarschijnlijk afhangen van de fase waarin ITT zich bevindt en dus kunnen veranderen.   

We kunnen vaststellen dat veel van de genoemde succesfactoren neer komen op het vrijwel laten samenvallen van doel en middel (of: een kwalitatief goed proces) door dat wat beoogd wordt ‘gewoon’ te gaan doen, vanuit commitment op de doelen, een open, lerende houding en gestimuleerd door een sterke projectleider.     


Belemmeringen en risico’s (in- en extern)

Ook ITT loopt tegen grenzen aan. Betrokkenen geven aan niet zozeer denken in termen van huidige belemmeringen, maar eerder in termen van risico’s richting de toekomst. Alleen persoonlijke beperkingen in tijd en energie worden door sommige betrokkenen genoemd als actuele belemmering; voor hen betekent participatie in ITT vooralsnog een (flinke) extra tijdsinvestering, terwijl anderen het kunnen verweven in hun werk- of studieactiviteiten. Door velen, inclusief de projectleider zelf, wordt genoemd dat de huidige sterke rol van de projectleider ITT op den duur kwetsbaar maakt; ITT zou nu op meer schouders moeten rusten. Voor de langere termijn zou een projectleidersrol wellicht overbodig moeten worden. Verder is de betrokkenheid en slagkracht van de bestuurders verschillend en daarmee de impact van ITT op organisaties (en vice versa) ook. Juist omdat de verbinding van ITT met de onderwijsinstellingen nu concreter handen en voeten moet gaan krijgen heeft ITT soms last van de verschillende dynamieken die er zijn. Ook de terugtrekkende rol van de gemeente wordt in dit kader een aantal keren genoemd.    

 

Risico’s voor een voorspoedige voortgang van ITT betreffen volgens de geïnterviewden het huidige leiderschaps’model’, het feit dat de slagkracht van bestuurders verschilt en de terugtrekkende beweging van de gemeente. We merken op dat vanuit het perspectief van ‘governance ontwikkeling’ de terugtrekkende beweging van de gemeente niet gepercipieerd hoeft te worden als een risico, maar evengoed gezien kan worden als  indicatief voor de “volwassenheid” van de beweging (Sol, Van der Wal, Beers, & Wals, 2017).     

 

 4. Hoe verder?     

Al vanaf de start van ITT is het voor de deelnemers een uitdaging te bewegen in het spanningsveld tussen de werkwijze van gevestigde organisaties en de eigen werkwijze. Daarmee was het ook zoeken naar bestaansrecht voor ITT. Dit is inherent aan een beweging die probeert veranderingen in het gevestigde denken te bewerkstelligen. 

 

Inmiddels is ITT goed opgestart. ITT komt nu in een nieuwe fase; doorgroeien en verduurzamen. In kwantitatief opzicht gaat het om een toename van het aantal betrokkenen in Nijmegen en omgeving. In kwalitatief opzicht gaat het om het steviger inbedden van ITT in en tussen de verschillende (onderwijs)organisaties en om het nadrukkelijker betrekken van tot dusver nog vrijwel afwezige doelgroepen zoals ouders en docenten. Concrete ideeën hiervoor zijn bijvoorbeeld activiteiten voor docenten en ouders aangaande talentontwikkeling, het creëren van meer flexibiliteit in curricula en het mobiliseren van onderwijsdirecteuren en teamleiders. 

 

Om deze nieuwe fase goed in te kunnen gaan is volgens velen een heroriëntatie nodig op de organisatie van ITT. Deze heroriëntatie vindt op onderdelen al plaats. Zo zien alle betrokkenen een verbreding van het projectleiderschap (meer schouders) als een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle continuering van ITT. Om actief de verbinding te maken tussen het gedachtengoed van ITT en de bestaande organisaties wordt gedacht aan het per onderwijssector aanstellen van een liaison officer. De financiële basis voor ITT dient hiervoor versterkt te worden. Vooralsnog lijkt deze versterking voornamelijk moeten komen uit de bij ITT betrokken organisaties zelf.     

 

We concluderen dat ITT gestaag en geduldig kan doorwerken aan wat er al op gang is gebracht. De ontwikkeling wordt bepaald door de beweging die zichzelf gaande houdt richting het doel. Dit doel is   eerder een vlek dan een stip aan de horizon. Het leiderschap zal logischerwijs verder transformeren naar een vorm van gedeeld leiderschap. De gekozen werkwijze impliceert dat niet iedereen het doel en de aanpak even snel oppakt en ook voor dergelijke verschillen moet ruimte zijn.


Referentie  Sol, J., van der Wal, M. M., Beers, P. J., & Wals, A. E. J. (2017). Reframing the future: the role of reflexivity in governance networks in sustainability transitions. Environmental Education Research, 1–23. http://doi.org/10.1080/13504622.2017.1402171 

Media van broedplaats