Een stad kiest richting

- Jaar

EEN STAD KIEST RICHTING, SCHRIJVERSCOLLECTIEF , JOS ROEMER

Door Jos Roemer (schrijverscollectief)


Een stad kiest richting Nijmegen, November 2017                             

Richting     

Dit is een verhaal over bestuurders in een onderwijsstad in Nederland. Nijmegen om precies te zijn. Een verhaal over hoe zij besloten een weg te gaan bewandelen, die nog niet bestond. Er bestond geen routekaart, onderweg vielen reisgenoten weg en voegden zich nieuwe bij hen. Er was een oriëntatie, een richtinggevoel.

 

Het begrip ‘richting’ zal in de wereld van het onderwijs hier en daar wel voor wat associaties zorgen. Het is een kernwoord in het Grondwetsartikel dat over het onderwijs gaat. In artikel 23 GW hebben we als samenleving vastgelegd hoe we het onderwijs willen vorm geven. Twee waarden zijn daarin opgenomen. Op de eerste plaats garanderen we dat ieder kind in ons land goed en toegankelijk onderwijs kan genieten. Daar zorgen we voor. Een belangrijk goed, menig land heeft op dat vlak nog een lange weg te gaan.(1) Op de tweede plaats erkennen we dat onderwijs en vorming dermate waardegeladen zijn dat ook particuliere instanties de vrijheid hebben om onderwijs te verzorgen. Onder bepaalde voorwaarden zal de overheid dit bekostigen. Eén van die voorwaarden betreft de representativiteit van die particuliere instanties. Ze dienen een in de samenleving aanwezige en gewortelde richting te vertegenwoordigen. Met ‘richting’ wordt dan een levensbeschouwelijke stroming bedoeld. Dit jaar wordt er bij diverse gelegenheden stil gestaan bij het feit dat deze constitutioneel vastgelegde vormgeving van het onderwijs honderd jaar oud is. Van al onze Grondwetsartikelen is art. 23 één van de meest stabiele. In de loop der jaren is er één keer een kleine wijziging toegepast, waar andere hoofdstukken van onze Grondwet radicale vernieuwingen te zien hebben gegeven.(2 )   

Decennia lang heeft deze constitutioneel verankerde vormgeving van het onderwijs voor stabiliteit, rust en kwaliteit gezorgd. Er ontstond een rijk geschakeerd palet aan schoolsoorten zoals katholieke, islamitische, joods-orthodoxe, openbare en algemeen bijzondere scholen. Ouders hadden iets te kiezen, burgers participeerden in de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs via verenigingen en stichtingen. De afgelopen decennia is het begrip ‘richting’ gaan knellen. Mede vanwege de vele veranderingen in de samenleving (3) is de vertrouwde en formeel geregelde verdeling in schoolsoorten onder druk komen te staan. De discussies over de samenwerkingsschool en de fusietoets, de verzuchtingen dat de identiteit van veel confessionele scholen verwaterde, de pleidooien om levensbeschouwelijk gefundeerd onderwijs af te schaffen hebben in de laatste jaren duidelijk gemaakt dat er een spanning is ontstaan tussen de formele regeling (art. 23 GW) en de praktijk(.4 )    

Inmiddels ligt er een wetsvoorstel voor advies bij de Raad van State, dat erop neer komt dat het begrip ‘richting’ in alle onderwijswetten wordt geschrapt. Alleen niet in artikel 23 GW. Het idee is dat scholen gesticht moeten kunnen worden op basis van ‘een onderwijskundige visie’ die blijkens een peiling voldoende ouders aan zich zal kunnen binden. “Het wetsvoorstel brengt de vrijheid van onderwijs, die is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, weer bij de tijd. Het grondwetsartikel is bijna honderd jaar oud, maar de inhoud ervan is nog altijd waardevol. De vrijheid van onderwijs hoort bij Nederland, vindt Dekker. Hij hecht eraan dat ouders en leerlingen een school kunnen kiezen die bij hun opvattingen past.” Aldus staat te lezen over het wetsvoorstel op de website van de Rijksoverheid.                                                 

 

1 Malala Yousafzai herinnert ons er geregeld aan.

2 In 2006 is het onderwijsartikel beperkt gewijzigd om samenwerkingsscholen mogelijk te maken.

3 Denk aan de toename van andere culturen in ons land, het proces van ontkerkelijking en schaalvergroting in het onderwijs.

4 Zie voor een uitvoerige beschouwing ‘Geloven in het publieke domein. Verkenningen van een dubbele transformatie. Rapport van de WRR, 2006’. Met name de hoofdstukken 12 en 13.