Op weg gaan

- Jaar

OP WEG GAAN, SCHRIJVERSCOLLECTIEF , JOS ROEMER

Door Jos Roemer

(schrijverscollectief)


OP WEG GAAN

Nijmegen, November 2017


Ik stel me het volgende verhaal voor. In 2012 nodigt de wethouder van onderwijs in Nijmegen een aantal bestuurders van de onderwijsinstellingen in zijn stad uit op zijn kamer. Ik heb die kamer gezien, als iedereen rond die grote tafel zit is-ie aardig vol. Hij zal misschien, na wat aardigheden en koffie en een woord van welkom, zo begonnen zijn:”Hebben jullie al eens eerder bij elkaar in één ruimte gezeten zoals nu?” De bestuurders kijken elkaar aan, aarzelen…. “Ik kan het me niet herinneren.” “We dragen allemaal” zo gaat hij dan verder, “op onze eigen manier een bepaalde verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de kinderen, de leerlingen, de studenten die aan onze zorgen zijn toevertrouwd, die hun vorming bij onze instellingen willen ontvangen. Zouden we die verantwoordelijkheden niet kunnen bundelen? Wat betekent het dat we samen een onderwijsstad vormen? Hoe zien we dat?”

 

We waren drie jaar geleden als ROC zelf al begonnen aan het ontwikkelen van een onderwijsvisie. En toen werden we door de toenmalige wethouder, Beerten, uitgenodigd om met de gemeente mee te denken. Hij wilde als wethouder van onderwijs ook naar een visie op onderwijs toewerken. Het liefst met de partners in de stad. Ik vroeg me nog even af of dat niet ingewikkeld ging worden, twee processen tegelijk. Want hoe moet dat als die twee visies haaks op elkaar blijken te staan? Maar al snel ontdekte ik dat we met z’n allen bepaalde principes deelden, die wij binnen het ROC ook belangrijk vinden. (Hanneke Berben)

 

Twee jaar later lopen deze bestuurders één voor één naar voren en zetten ze hun handtekening onder een manifest. Het is een plechtig moment. Alexander Rinnooy Kan is er ook, hij heeft zojuist een verhaal gehouden over het belang van toekomstgericht onderwijs. De beweging van Ieder Talent Telt is op gang gekomen. Er wordt een projectplan opgesteld, een projectleider aangesteld (2016) en er worden middelen vrij gemaakt. Maar een duidelijke routekaart is er niet.

 

In het begin waren we vooral zoekende. Iedereen moest een beetje aftasten welke rol hij of zij kon innemen, welke mogelijkheden er lagen. (Jack van de Logt)

 

Inderdaad, als eerste wilden we een beweging op gang krijgen. Maar op een gegeven moment zijn we ons gaan afvragen: waar moet die beweging toe leiden, wat willen we bereiken? Die beweging is toch niet een doel op zich? Of juist wel? Daar worstelden we mee. (Eddy Brunekreeft)

 

Toen ik bij die groep aanschoof ontmoette ik een ambitieuze groep mensen, met passie voor de zaak en met commitment. Maar ook een club die zoekend was. We worstelden met vragen als wat is er nodig om de beweging die is ontstaan een vervolg te geven? (Yolande Ulenaers)

                                                 

De groep gaat op weg. Er is namelijk wel degelijk een gevoel van richting, een oriëntatie.

 

Ik herkende er in dat het niet alleen om het behalen van hoge cijfers gaat. Het gaat er veel meer om te ontdekken waar de kracht van kinderen ligt. Worden ze goed in hun rol gezet? Dit nieuwe accent sprak me meteen aan. Het gaat niet alleen om kinderen die cum laude een prestatie leveren. (Renske Helmer)

 

Er zijn namelijk ook andere talenten dan hoge cijfers. Je kunt dan denken aan studenten die een sport op behoorlijk niveau beoefenen, of die muzikaal meer dan gemiddeld onderlegd zijn. Of studenten die zorgtaken op zich nemen voor een ziek familielid, of die een rol in een wijk of buurt op zich hebben genomen. (Han van Krieken)

 

Wanneer ik merk dat gedrag verandert in de richting van kansen zien, waarderen, belemmeringen weghalen, zorgen dat niemand tussen wal en schip valt, dan zijn we op de goede weg. (Menno Pistorius)

 

En er is ook een gevoel van gezamenlijkheid. Ondanks het feit dat sommige reisgenoten afvallen, er nieuwe bij komen en de reisgenoten steeds weer even aan elkaar moeten wennen, wordt de reis onafgebroken voort gezet.

 

Maar ik merk wel dat Ieder Talent Telt veel energie losmaakt, bij mezelf maar ook bij de anderen. Daar vinden we elkaar ook in. (Eddy Brunekreeft)

 

 I k proef eensgezindheid in de stuurgroep, het is een club die wat wil. (Renske Helmer)

 

Toen legde iemand de vraag op tafel: waarom zitten we hier eigenlijk bij elkaar? Dat was een belangrijk moment. We hebben toen onze ambitie opnieuw bevestigd en opnieuw ons commitment naar elkaar uitgesproken. (Jack van de Logt)

 

We hebben nu uitgesproken dat we het proces alle ruimte geven. Het bruisende moet wat ons betreft doorgaan. Maar natuurlijk zijn we ook benieuwd naar de resultaten. Wat gaat het opleveren? (Hanneke Berben)

 

Op woensdag 4 oktober vindt er in het NEC stadion een ‘Huiskamerfestival’ plaats. Tijdens de Nationale Onderwijsweek presenteren talloze broedplaatsen zich aan de ruim 850 bezoekers. De beweging toont zich in vol ornaat: creatief, betrokken, geëngageerd. Voor menigeen wordt Ieder Talent Telt voelbaar, zichtbaar, ervaarbaar.

 

De bestuurders, zelf een broedplaats

‘Ja, want we moeten wel beginnen met waar we het eigenlijk voor doen’, en toen waren we allemaal eventjes stil’ (Frans Janssen). De groep is ambitieus.

 

Ik vind eigenlijk dat we nu nog teveel in de marge bewegen. Er zijn bijvoorbeeld nog amper docenten mee bezig. En we hebben massa nodig. (Yolande Ulenaers)

 

Nou, zoeken we ook voor onszelf voldoende de frictie op? Hoe vertalen we de beweging naar onze eigen instituties? Ik denk dat we aan dat hoofdstuk nog moeten beginnen. (Menno Pistorius)

 

De volgende stap is de beweging de instituten in brengen. En dat is niet eenvoudig. (Frans Janssen) Broedplaats? Ja, die term is al gelanceerd! Maar als wiskundige denk ik dan meteen: wat betekent dat nou precies? Maar ja, misschien dat we de betekenis geleidelijk gaan ontdekken tijdens het proces dat we aan het doormaken zijn. (Frans Janssen)

 

Vragen

Een stad kiest richting. En dat gaat misschien verder dan het ontwikkelen van een onderwijsvisie. Naast denken over goed onderwijs zijn er namelijk ook andere perspectieven van belang. Onderwijs, opvoeding en vorming staan in een ruimer kader dan alleen het onderwijskader. Ze zijn ook een onderdeel van het leven, van samen leven.

 

“Maar moeten we niet terug naar de kern? Waar doen we dit allemaal voor?” Ik voelde dat deze inbreng het gesprek op een ander spoor zette. “We willen met Ieder Talent Telt toch eigenlijk bijdragen aan het geluk van de jeugd in deze stad, in deze regio?” Vanaf dat moment kreeg het gesprek een verdieping. (Yolande Ulenaers)

 

Een richting kiezen impliceert wellicht ook nadenken over de vraag hoe je kunt bijdragen aan het geluk van de jeugd. Waar worden kinderen, leerlingen, studenten gelukkig van? Hoe zien wij ‘goed leven’ als bron van geluk? Welk richting van een antwoord stralen wij zelf uit? Hoe kunnen we het verkennen van deze ‘richting’ stimuleren? In de gesprekken met de bestuurders doemen de contouren van een richting op, waarmee het grondwettelijk begrip ‘richting’ een nieuwe invulling krijgt. Waarschijnlijk een invulling die weer (opnieuw?) overeenkomt met de geest van de wetgever uit 1917.


Foto OP WEG GAAN:

Meima, M. (2012, 13 maart). Gedownload op 24 april 2013, van http://www.intuitiefondernemen.nl. (t.b.v. masterthesis MMI 2013 Mirjam Ottens)