samen bereik je meer

- Jaar

SAMEN BEREIK JE MEER, SCHRIJVERSCOLLECTIEF , JOS ROEMER, RENSKE HELMER

Door Jos Roemer

(schrijverscollectief - in gesprek met Renske Helmer)

 

Samen bereik je meer,  februari 2017

Op woensdag 15 februari heb ik een afspraak met de wethouder van onderwijs, mevrouw Renske Helmer. Onderweg naar het stadhuis overvalt me voor het eerst dit jaar een lentegevoel. De gevulde terrasjes versterken dit. De kamer van de wethouder is gelegen in het historische gedeelte van het stadhuis. In de gang vóór haar kamer hangen portretten van oud-burgemeesters. Eén portret valt me op, het is een bronzen werk in de vorm van een tekening. Je ziet meteen dat het Guusje ter Horst is. De wethouder komt haar kamer uit, ze moet nog even iets wegbrengen. “Ga maar vast naar binnen”. Een kamer gevuld met een lange ovalen tafel, vol paperassen. Aan de wand zie ik allemaal hardloopshirtjes hangen. “Is hardlopen uw passie?” vraag ik als de wethouder binnen is gekomen. “Nou, ik ben ook wethouder van sport en ja, dan moet je vaak het startschot geven en dan krijg je die shirtjes. Ik rijd liever paard. Heerlijk, even mijn hoofd helemaal leeg maken…”.

 

Op een grote witte wand is een landschap geschilderd. “Dat is Nijmegen, met al haar wijken. Heeft mijn man geschilderd. Herken je de wijken?” Ik zie dan pas dat het landschap Nijmegen is. Rechts een paard, Hengstdal. Links zie ik zwanen, dat moet Zwanenveld zijn. Verder zie ik een wolf voor Wolfskuil, een haas voor de Hazenkamp. “Herken je die?” Ik zie een stel vogels in een boom, maar kan er zo snel geen wijk bij bedenken. “Dat zijn kwakken, de Kwakkenberg”.

 

We mogen elkaar tutoyeren. Ik begin het gesprek met de verwijzing naar de innovatieagenda Iedereen heeft Talent. “Ja, die titel. Het is nu Ieder Talent Telt, maar ik haal die nog wel eens door elkaar”.

 

Wat was je eerste indruk toen je in mei 2014 deze innovatieagenda leerde kennen. “Ik herkende er in dat het niet alleen om het behalen van hoge cijfers gaat. Het gaat er veel meer om te ontdekken waar de kracht van kinderen ligt. Worden ze goed in hun rol gezet? Dit nieuwe accent sprak me meteen aan. Het gaat niet alleen om kinderen die cum laude een prestatie leveren. Neem als voorbeeld de Kinderraad. Leerkrachten zijn daar erg enthousiast over, ik hoor ze zeggen: ik zag bepaalde leerlingen zich ineens op een verrassende manier ontplooien. Maar soms is lekker in je vel zitten ook een talent. Vooral bij kinderen die een minder gunstige achtergrond hebben. Ook daar moeten we oog voor hebben”.

 

Ik vraag enigszins provocerend of het startdocument niet een open deur is. Iedereen wil toch state of the art onderwijs en doorlopende leerlijnen? What’s new? Enigszins geprikkeld: vind je het een onzin-document? Waarna de wethouder allerlei voorbeelden noemt die ze indrukwekkend vindt, zoals de ballenbak. “Het lijken misschien algemeenheden, de vier speerpunten. Maar hoe die labels hier worden opgepakt is echt uniek. Krachtig van het document Ieder Talent Telt is dat alle bestuurders het omarmd hebben en van hun eilanden afkomen. Het is beslist geen open deur wat erin staat. Als je ziet wat er nu gebeurt: studenten uit verschillende sectoren komen voor het eerst met elkaar in aanraking, groepjes raken verbonden, ze merken dat ze elkaar nodig hebben als ze dingen voor elkaar willen krijgen. Je hebt elkaar nodig in de samenleving, zowel de makers als de denkers.” Ik hoor hier een wethouder die onder de indruk is van alle beweging.

 

“In de stuurgroep hebben we ook uitgesproken dat we niet gaan onderzoeken welke broedplaatsen bewezen effectief zijn. We zijn veel meer geïnteresseerd in wat het heeft gebracht voor degenen die erbij betrokken zijn. Er is een beweging in gang gezet en die beweging verzandt niet, wat mij betreft gaat het door. Ik proef eensgezindheid in de stuurgroep, het is een club die wat wil.”

 

We komen te spreken over de beleidsruimte die je hebt als wethouder. Wat is je veld van invloed? “Het zou mooi zijn als aan de leerlingen een breed curriculum wordt aangeboden, zodat niet alleen de cognitieve vermogens worden aangesproken. Maar daar ga ik als wethouder niet over, dat is aan het onderwijs. Wel vraag ik me af waarom in cito-scores alleen de prestaties op taal en rekenen 9 tellen. Ik zou bijvoorbeeld liever een weergave zien in de vorm van een soort portfolio, waarmee je een breed beeld van een kind krijgt. Het stelsel kunnen we op lokaal niveau niet veranderen. Kleinere klassen? Dat ligt niet binnen onze invloedssfeer. Wel het ondersteunen van initiatieven zoals de broedplaatsen. Misschien zit er ineens een briljantje tussen, waarmee het onderwijs een vernieuwende impuls zou kunnen krijgen.”

 

“Zo zijn we met een aantal mensen (ook uit de stuurgroep) naar Arnhem geweest, waar we de Jan Ligthartschool hebben bezocht. Daar is werk gemaakt van een doorlopende ontwikkeling van basisschool naar voortgezet onderwijs. Op die schakelmomenten kan het voor leerlingen soms lastig worden; de overgang van PO naar VO, van MBO naar HBO. Hoe zorg je dat de keten een doorlopende ontwikkeling mogelijk maakt? Leerlingen kunnen tussen wal en schip raken. We zijn enorm geïnspireerd van dat werkbezoek terug gekeerd.”

 

Nijmegen is genomineerd als onderwijsstad 2017. Heeft dat ook te maken met de manier waarop we hier proberen segregatie tegen te gaan? “Met de Schoolwijzer is geprobeerd de zogenaamde witte vlucht van kinderen naar scholen buiten de wijk te voorkomen. Met deze manier van centrale aanmelding en toewijzing van leerlingen aan basisscholen blijkt dat ongeveer 95% van de ouders hun eerste voorkeur gehonoreerd krijgt. Het systeem heeft ervoor gezorgd dat ouders zijn gaan nadenken over hun schoolkeuze. Maar naast een systeem van schooltoewijzing zijn er nog twee andere factoren van belang. Op de eerste plaats de herstructurering van wijken. Wat kunnen we als gemeente doen op het gebied van huisvesting? Daarnaast spelen ouders zelf ook een belangrijke rol. In bepaalde wijken zijn ouders elkaar gaan opzoeken: kunnen we niet samen optrekken in de keuze van de school voor onze kinderen?”

 

“Een ander terrein waarop de gemeente invloed heeft is het schoolverzuim. Samen met een aantal partners gaan we binnenkort opnieuw een verzuimprotocol ondertekenen. Wat we willen is dat er bij verzuim eerder actie ondernomen wordt dan wettelijk is voorgeschreven. Ons verzuimbeleid moet meer preventief worden. We hebben dan ook een bredere opvatting van wat een ‘thuiszitter’ is, we komen eerder in actie dan zou hoeven. Hieraan zie je wat het concreet betekent als we zeggen: niemand tussen wal en schip.”

 

Wat was je droom als wethouder, met welke visie begon je in mei 2014? “Vanaf het begin was mijn ideaal: onderwijs moet toegankelijk zijn voor iedereen, ongeacht beurs of kleur. Ook hoger onderwijs moet in gelijke mate bereikbaar zijn voor al onze kinderen. Wat dat betreft vind ik het mooi als er extra energie gaat naar leerlingen die achterstanden hebben opgelopen vanwege de omgeving waarin ze opgroeien. Of naar leerlingen die meer uitdaging nodig hebben. Maar ik ben mijn wethouderschap niet begonnen met een plan. Ik wilde zien, horen en proeven wat er in deze stad gebeurde. Ik heb een mooi compliment gekregen van Rini Braat, bestuurder van de Josephscholen, die zei: jij was niet een wethouder die meteen zei ‘die kant gaan we op!’. Je bent náást het veld gaan staan. Dat vond ik het mooiste compliment dat ik kon krijgen. Want dat vind ik echt: verandering krijg je als je er naast gaat staan. Maar mijn begin was niet eenvoudig. Ik kreeg te maken met een bezuinigingsopdracht van drie miljoen. Dat werd uiteindelijk anderhalf miljoen, maar toch. Voor bepaalde onderwerpen ontstaan oplossingen als je met de mensen in het veld in gesprek gaat. Zo was er in Nijmegen-noord geen VVE-locatie. Leerlingen die daar behoefte aan hadden moesten de hele stad door. Samen met de professionals hebben we heel concreet gekeken of we dat niet handiger konden organiseren. Ook wat betreft bewegen in het onderwijs kunnen we wel het een en ander bereiken. Vorig jaar januari heb ik een beweegcongres georganiseerd en daar is een beweegagenda uit voortgerold. Die 10 is niet hier aan tafel verzonnen maar gevoed vanuit het veld ontstaan. Er bleken namelijk meerdere mensen te worstelen met dit onderwerp.

 

Samen bereik je meer.” “Het belangrijkste aan dit initiatief vind ik dat leerkrachten hun vak weer terug krijgen. Wanneer ze de ruimte terug krijgen kunnen ze ook ontdekken hoe ze kinderen in hun kracht krijgen. Een mooi voorbeeld is van die leraar die geschiedenisles gaf; één leerling lukte het maar niet om bij toetsen de gevraagde kennis op te lepelen. Die leerling kon echter wel heel goed tekenen. Toen heeft de leraar tegen die leerling gezegd: jij mag de antwoorden op de vragen tekenen. En dát kon die leerling wel. Zo vulde die leraar zijn vak in en zette hij dat kind in zijn kracht. Prachtig!”. Vóór ik het wist was het al drie uur. Het uur was voorbij gevlogen. We trekken allebei onze jas aan, ook de wethouder heeft elders een afspraak. Als we samen de kamer uitlopen, gaat ze nog snel even terug om het licht uit te doen. “En nu nog even mijn fietssleuteltjes zoeken…”