Een kans krijgen omdat iemand je ziet

- Jaar

EEN KANS KRIJGEN OMDAT IEMAND JE ECHT ZIET, SCHRIJVERSCOLLECTIEF , JOS ROEMER, HANNEKE BERBEN

Door Jos Roemer

(schrijverscollectief - in gesprek met Hanneke Berben)

 

Een kans krijgen omdat iemand je écht ziet

Op vrijdag 17 maart 2017  heb ik een afspraak met de bestuurder van het ROC Nijmegen, mevrouw Hanneke Berben. Ik ben iets te vroeg en kan eens rustig rondkijken in dat grote gebouw vlakbij het station. Het lijkt wel of ik in een winkelcentrum terecht ben gekomen. Ik zie een schoonheidssalon, een bakkerij, een restaurant. En wanneer ik word opgehaald passeren we een keuken waar een groep koks bezig is. Eigenlijk een winkelcentrum, maar dan zonder de reclameteksten. De jongedame die me vergezelt naar boven vertelt me:”Iedereen mag hier naar de kapper of een boodschap komen doen. We mogen er alleen geen reclame voor maken, want we zijn een opleiding”. Het ziet er gezellig en bedrijvig uit. “En dan is het vandaag nog rustig, het is vrijdag”. Het ROC Nijmegen, een verzameling van meer dan honderd opleidingen.

 

Met de lift arriveren we op de vierde verdieping, de verdieping met de kantoren. Daar ontmoet ik mevrouw Berben, die me hartelijk ontvangt. De indeling van de kamer verrast me. Geen enorm bureau met een pc maar een lange ovale tafel met allemaal stoelen erom heen. Ik merk dat het uitnodigt tot praten. En midden op tafel een kan met prima koffie (ik ben nogal kritisch als het om koffie gaat). We steken direct van wal.

 

Hoe heeft u het project Ieder Talent Telt leren kennen?

‘We waren drie jaar geleden als ROC zelf al begonnen aan het ontwikkelen van een onderwijsvisie. En toen werden we door de toenmalige wethouder, Beerten, uitgenodigd om met de gemeente mee te denken. Hij wilde als wethouder van onderwijs ook naar een visie op onderwijs toewerken. Het liefst met de partners in de stad. Ik vroeg me nog even af of dat niet ingewikkeld ging worden, twee processen tegelijk. Want hoe moet dat als die twee visies haaks op elkaar blijken te staan? Maar al snel ontdekte ik dat we met z’n allen bepaalde principes deelden, die wij binnen het ROC ook belangrijk vinden. We hadden al regelmatig bestuurlijk overleg met de gemeente, de HAN en het voortgezet onderwijs. Daarin ging het vooral over voortijdige schooluitval. Nu werd de groep uitgebreid met het primair onderwijs, de kinderopvang en de universiteit. In het begin bespraken we nogal technische teksten, over het managen van de overgang van de ene schoolsoort naar de andere. Maar geleidelijk gingen we steeds meer praten over ‘in beweging krijgen’. Wat je drijft kun je niet altijd makkelijk onder woorden brengen. We waren gewend vanuit de overheid aan zogenaamde prestatiebudgetten. Nu ging het ineens over broedplaatsen. Dat was in het begin best wel spannend. Nu we een tijdje bezig zijn realiseren we ons dat het vooral een zoektocht is.’

 

- Er is van alles aan het gebeuren in de stad, het borrelt en bruist van de energie. Maar in welke richting moet wat u betreft al die energie gaan. Wat is uw punt aan de horizon? ‘Waar het wat mij betreft om gaat is écht naar de mens kijken. Werkelijk uitgaan van het talent van de student. Maar dat is tegelijk het moeilijkste dat er is. We zijn gewend om studenten in hokjes te plaatsen, er een label op te plakken. We worden als professionals gevormd door de systemen waarbinnen we werken. We noemen leerlingen dan ‘achterstandsleerling’ en dan hebben we er een protocol voor. Maar ik vind het veel mooier als we op zoek gaan naar perspectieven, naar mogelijkheden. Zelfs als je daarvoor van het conventionele pad moet afwijken.’

 

- Ieder kind, iedere student écht zien, dat is een mooi ideaal. Maar is de werkdruk voor de docenten niet veel te hoog en zijn de klassen vaak niet veel te vol? ‘Professionals moeten meer ruimte krijgen, dat klopt. Maar dat is niet alles. We moeten vooral leren om oog te krijgen voor het kind, de student, de volwassene. Oog hebben voor de leerling, de student, dat kan niet iedereen. Dat moet je leren. Dat vraagt dus ook om zelfreflectie en om feedback kunnen geven en ontvangen. Daar hebben we nog een weg te gaan.’


Ook in dit gesprek ben ik benieuwd naar de invulling van het woord talent. Het wordt misschien te makkelijk gebruikt. Er zijn zo ontzettend veel verschillende talenten. Dus ik vraag: ”Het talent in iedere leerling zien, wat betekent dat eigenlijk?” Het antwoord verrast me. Geen pedagogische theorie maar een inkijkje in de persoonlijke geschiedenis van mevrouw Berben. ‘Ik kom zelf uit een arbeidersmilieu. Bij ons op de lagere school had je twee rijen stoeltjes en tafeltjes. In de ene rij zaten de kinderen uit de gegoede klasse en in de andere rij de kinderen van de arbeiders. Die kinderen gingen automatisch naar de technische school of, zoals ik, naar de huishoudschool. Maar dat wilde ik helemaal niet! Ik wilde arts worden! Mijn moeder heeft toen aan de kapster gevraagd naar welke school je dan moest gaan. Zo ben ik tegen alle druk in naar het gymnasium gegaan. Dáár kwam mijn talent eruit’. Ik merk dat we hier aan de diepere passie van deze bevlogen bestuurder raken. Ik hoef amper nog vragen te stellen, ze zit nu op de vertelstoel. ‘Datzelfde hoor je nu van leerlingen met een allochtone achtergrond. Hoe kijken we in het onderwijs naar deze leerlingen. We moeten uitkijken dat we onze verwachtingen niet naar beneden bijstellen. Ik heb van mijn verleden echt geleerd’. - Hoe staat het project Ieder Talent Telt er wat u betreft op dit moment voor? Toen in 2014 de vorige wethouder werd opgevolgd door een nieuwe wethouder, mevrouw Helmer, zeiden we nog tegen elkaar: dit proces moet wél doorgaan. Gelukkig hebben we nu in de gemeente een uitstekende partner. En dat zal voor de wethouder niet makkelijk zijn, want zij moet ook rekening houden met al die politieke partijen die meekijken en meedenken. We hebben nu uitgesproken dat we het proces alle ruimte geven. Het bruisende moet wat ons betreft doorgaan. Maar natuurlijk zijn we ook benieuwd naar de resultaten. Wat gaat het opleveren? Het moet niet te breed worden zodat het gaat verwateren. We proberen een balans te vinden tussen laten gebeuren en kijken wat het oplevert’. ‘Als ik naar onze studenten kijk maak ik me soms wel eens zorgen. Ik zie een kloof in de samenleving tussen bevolkingsgroepen. Soms lijkt het er op dat onze studenten op de arbeidsmarkt in de knel komen tussen HBO-ers en mensen die werken met een loonkostensubsidie. Een andere zorg die ik heb is dat die groepen, onze studenten en de studenten van het hoger onderwijs, elkaar bijna niet meer ontmoeten. Daarom was ik onlangs zo ongelooflijk blij. Ik kreeg een filmpje te zien van een broedplaats waarbij onze studenten hadden samengewerkt met studenten van de HAN en van de universiteit. Ze lieten vol trots zien wat ze samen hadden gedaan. En één van onze studenten zei:’Ik ontdekte dat ik vlakbij een student van de universiteit woon. Nu zien we elkaar vaker.’ Dat deed wat met me. Dáár doe ik het voor, dat is wat mij drijft’. Aan de muur van de werkkamer van mevrouw Berben zie ik een grote poster. Onderwijsvisie ROC Nijmegen, staat er boven. ‘We bieden kansen voor de ontwikkeling van íeders talent’, lees ik daar. Ik heb vermoedelijk een glimp opgevangen van waar dat vandaan komt.