Instituten zijn taai

- Jaar

INSTITUTEN ZIJN TAAI, SCHRIJVERSCOLLECTIEF , JOS ROEMER, EDDY BRUNEKREEFT

Door Jos Roemer

(schrijverscollectief -  Jos Roemer in gesprek met Eddy Brunekreeft)

 

Instituten zijn taai

Sinds een paar maanden heeft KION een nieuw hoofdkantoor: vlakbij het Takenhofplein, die grote rotonde bij de kunstijsbaan, met die fascinerende fontein in het midden, waterstralen in steeds veranderende kleuren. KION is de grootste organisatie voor kinderopvang in Nijmegen en omgeving met zo’n duizend medewerkers. Op 24 juli, daags na de Tour, betreed ik het kantoor voor een interview met de heer Eddy Brunekreeft, bestuurder van KION. Het kantoor oogt ruim en gezellig. “Ons vorige pand was echt een kantoor in de klassieke zin van het woord. Allemaal gangen met deuren en achter die deuren kamertjes. Dat is hier anders. We hebben als het ware één grote ruimte met verschillende mogelijkheden. Wil je even bijpraten met iemand dan kan dat in de koffiecorner hiernaast. En als je je moet concentreren dan kun je terecht in zo’n kleine afgescheiden ruimte. Maar overal glas, je ziet wie er zijn. Dat past ook bij hoe wij naar ons werk kijken. Een ruimte is belangrijk voor hoe kinderen zich ontwikkelen. Wanneer die voldoende uitdaging biedt, ontwikkelt een kind zich spelenderwijs. Dat geldt ook voor ons als professionals. Wanneer een ruimte meer mogelijkheden biedt kom je eerder op het idee om even iets anders te doen, als je dat wilt. We merken nu na een paar maanden al dat het anders werkt hier. De lijntjes zijn korter, het gaat sneller… tja, dat wilden we ook, innovatief zijn. In al onze opvangcentra is dat van belang, maar ook hier dus.”

 

We komen bij een kamer met twee fauteuils en een bureau. “Lijkt je dit iets? Dan ga ik even koffie halen”. Een witte ruimte, niets aan de muur. Geen foto of schilderijtje, geen plant. Zelfs geen snuisterijtjes op het bureau dat op een notebook en wat paperassen na helemaal leeg is. “Blijft het zo”, vraag ik, gewend als ik ben aan gepersonaliseerde kantoorruimtes. “Ja, dat denk ik wel”, antwoordt mijn gesprekspartner. “We doen hier aan flexplekken, als je ’s morgens op het werk komt kijk je wat voor soort ruimte je nodig hebt en dan ga je daar zitten. Eigenlijk is dit voor mij als bestuurder mijn werkplek, maar als ik er niet ben kunnen anderen er ook gaan zitten. Daarom ook geen foto’s van je kinderen en zo”. “En ook weinig papier, zie ik?” “Klopt, we proberen uit overwegingen van duurzaamheid zoveel mogelijk digitaal te werken”. Het kantoor ademt ruimte, hetgeen nog versterkt wordt door het mooie uitzicht over Dukenburg aan de ene en Lindenholt aan de andere kant. “Toen ik hier zo’n zes jaar geleden begon kreeg ik twee opdrachten mee: innoveer de dienstverlening en richt de organisatie daar naar. . Nu zijn we een aantal jaren verder en draait KION lekker, zowel inhoudelijk qua het werken met kinderen als financieel.”

 

Wat is uw achtergrond? Een pedagogische?

“Van oorsprong ben ik psychiatrisch verpleegkundige. Dat heb ik maar kort gedaan, ik ben vrij snel in het hoger beroepsonderwijs terecht gekomen. Ik heb toen mijn MO-A en MO-B orthopedagogiek gehaald, dat had je toen nog. Daarna heb ik verschillende directiefuncties gehadhier in Nijmegen aan de HAN. Ik heb mijn master bestuurskunde gehaald en ben uiteindelijk bestuurder van een ROC geworden. Tja, en sinds zes jaar hier. Nooit gedacht dat ik in de kinderopvang terecht zou komen, maar eerlijk gezegd, een publieke functie in een marktsituatie heeft me wel altijd getrokken.”

 

“Werken in deze organisatie is heerlijk! Er hangt hier een optimistische cultuur. En een doe-cultuur, daar houd ik wel van. De keerzijde is dat er soms wat minder reflectie plaats vindt. Maar ja, op sommige plekken zie je soms het omgekeerde. We zijn innovatief bezig, zowel werkinhoudelijk als op het gebied van nieuwe diensten zoals oppas thuis en maaltijdservices. Dat maakt het werken hier prachtig.”

 

Hoe ervaart u de beweging rond Ieder Talent Telt?

“Inderdaad, als eerste wilden we een beweging op gang krijgen. Maar op een gegeven moment zijn we ons gaan afvragen: waar moet die beweging toe leiden, wat willen we bereiken? Die beweging is toch niet een doel op zich? Of juist wel? Daar worstelden we mee. Een punt aan de horizon zou kunnen zijn dat we een Nijmeegse manier van werken aan talenten aan het ontwikkelen zijn. Wat mij betreft betekent dat ook dat we als kennisstad kennis en expertise op dat vlak creëren. Een soort body of knowledge met betrekking tot talentontwikkeling.”

 

Hebben we dan een Nijmeegse manier van talentontwikkeling?

“Die zijn we aan het ontdekken. Maar ik merk ook een verschuiving van aandacht binnen Ieder Talent Telt. Waar we voorheen veel nadachten over de ontwikkeling van kinderen en studenten, kijken we nu ook naar de ontwikkeling van de professionals en de instituties. De beweging krijgt steeds meer de kleur van een sociale innovatie. Ook de medewerkers en de instituten moeten veranderen. Maar die zijn taai! Ik kan me nog een voorval herinneren toen ik bestuurder van het ROC was, RIVOR. Iemand van de personeelsafdeling kwam langs, of ik akkoord kon gaan met een personeelsadvertentie. Docenten gevraagd, zoveel uur Nederlands, zoveel uur werktuigbouwkunde etcetera. Ik zei toen: wat zijn we nou eigenlijk aan het doen? We zijn de gaten in onze roosters aan het etaleren! Nee, hier kan ik niet mee akkoord gaan. We hebben toen een advertentie geplaatst met als tekst ‘talenten gezocht; spreekt onze ambitie en onze manier van werken jou aan, meld je dan, we gaan dan kijken hoe we je kunnen inpassen’. We namen toen zo’n twintig nieuwe docenten aan. Een paar jaar later ben ik gaan uitzoeken hoe het hen verging. Een aantal was al weer afgehaakt, een aantal hadden zich ingevoegd in de organisatie en ‘gaven dit vak of dat vak’ en een aantal was nog zoekende. Je ziet hieraan goed hoe dominant structuren zijn.”

 

Wat drijft u?

“Ja, waar doe ik het voor als bestuurder? In mijn loopbaan is het altijd gegaan om ontwikkelperspectief voor mensen, zowel jong als oud. Dat is de essentie. Een belangrijke ontdekking voor mij is de wetenschap dat de cerebrale ontwikkeling van kinderen op heel jonge leeftijd cruciaal is. Wanneer ze anderhalf, twee jaar zijn ontwikkelen de executieve functies zich; impulsbeheersing, vertalen van het geleerde naar een nieuwe situatie, het combineren van meerdere zaken om een probleem te kunnen oplossen. Een goede ontwikkeling van deze functies is voorspellend voor succes in het verdere verloop van het leven. Die allereerste jaren zijn cruciaal. Wat mij drijft is dat we maximale mogelijkheden bieden voor die ontwikkeling. Daar is taal essentieel voor. Daarom eisen we van onze pedagogisch medewerkers ook een goede taalbeheersing. Ouders vragen wel eens ‘mag mijn kind hier ook gewoon spelen?’ en dan antwoorden we dat leren en spelen met elkaar verweven zijn. Maar dat geldt ook voor volwassenen! Kijk naar al die broedplaatsen, daar wordt geleerd maar het ziet er ook heel erg als spelen uit.”

 

Hoe ziet u de samenwerking van de bestuurders in de stad? Is het een groep met een sterk wij gevoel?

“In de huidige groep van kartrekkers wel, maar we zijn nog niet een groep in de volle Nijmeegse breedte, denk ik. We hebben één ROC en dat is vertegenwoordigd in de groep, maar we hebben meerdere organisaties voor kinderopvang en voor voortgezet onderwijs. Hoe krijgen we onze collega’s van de andere clubs betrokken? Maar ik merk wel dat Ieder Talent Telt veel energie losmaakt, bij mezelf maar ook bij de anderen. Daar vinden we elkaar ook in. We zijn allemaal goed in het creëren van organisatie-piramides en toen we met Ieder Talent Telt aan de slag gingen ontstond er al snel weer een organisatie-piramide. Maar we willen veel liever functioneren als een broedplaats. Want daar zie ik onze kracht als bestuurders, onze persoonlijke drive die we met elkaar delen. Dat moeten we vasthouden.”