Iets terug doen voor de gemeenschap

- Jaar

IETS TERUG DOEN VOOR DE SAMENLEVING, SCHRIJVERSCOLLECTIEF , JOS ROEMER, FRANS JANSSEN

Door Jos Roemer

(schrijverscollectief - Jos Roemer in gesprek met Frans Janssen)

 

Iets terug doen voor de gemeenschap

Op weg naar het bestuurskantoor van de universiteit passeer ik een standbeeld. Of eigenlijk, een zittend beeld. Een man in een habijt die me nadenkend aankijkt. Met zijn linkerhand houdt hij een groot boek open, met zijn rechterhand maakt hij een docerend gebaar. Alsof hij me iets wil uitleggen. Het is Thomas van Aquino, een theoloog uit de middeleeuwen. Hij heeft veel invloed gehad op het katholieke geloof. Tot 2004 heette onze universiteit ‘Katholieke Universiteit Nijmegen’, ik heb nog een koffiekopje met die naam. Vandaar dat beeld. Van deze theoloog herinner ik me nog dat hij zei: ‘waar je ook over nadenkt, uiteindelijk kom je uit bij de conclusie dat het enige zinvolle dat we kunnen doen is loven en prijzen’. Voor Ieder Talent Telt lijkt me dit een prima statement!

 

Het is 5 september, het academisch jaar is weer begonnen. In het bestuurskantoor is het een drukte van jewelste. Er is een student-helpdesk ingericht met zes balies. Nummertjes trekken zoals bij de apotheek. Ik heb een afspraak met Frans Janssen. Hij vertegenwoordigt de universiteit in de stuurgroep van Ieder Talent Telt en heeft zeer frequent overleg met de projectleider, Mirjam Ottens.

 

- U bent sinds iets meer dan een jaar de vertegenwoordiger van de universiteit in de stuurgroep van Ieder Talent Telt. Wat trof u aan?

 

“Nou, ik stapte er redelijk blanco in. En na het eerste overleg dat ik meemaakte had ik nog niet echt een duidelijk beeld van wat het voorstelde. Ik hoorde wel veel over ‘broedplaatsen’ en wat er allemaal gebeurde, maar een heldere structuur… niet echt. Maar veel tijd had ik niet, er kwam een belangrijk moment aan. Het project zou tot november 2017 duren en het einde van die periode naderde. We moesten een besluit voorbereiden; wat gaan we doen ná november. Daar kun je niet pas in oktober over gaan vergaderen. Er zou een vergadering belegd worden in februari. Daarin zouden we terugkijken én vooruitkijken. En er moest ook een soort tussenrapportage komen die we dan konden bespreken. We hebben toen afgesproken dat Mirjam die zou schrijven, ik zou er als een soort ambtenaar een bestuurstekst van maken. Nou, dat lukte en toen dat klaar was dacht ik: nou snap ik wat er gebeurd is! Het was wel balanceren hoor. Aan de ene kant wil je die vrij ongestructureerde energie erin houden, aan de andere kant willen de bestuurders ook graag weten: waarover besluiten we?”

 

- En? Hoe verliep die vergadering in februari?

  “Goed! We gaan door, ook na november 2017. Dat werd door alle betrokkenen duidelijk uitgesproken. En de manier van werken, van onderop met al die broedplaatsen, dat houden we d’r ook in. We zijn ook benieuwd naar de werkende principes van Ieder Talent Telt. Daar willen we onderzoek naar doen. Maar nou hebben we vorige week alles uitgewerkt in een plan voor de periode na november, maar dat leverde toch wel wat vragen op. Zitten we wel op de goede weg? We moesten ook even slikken toen we het kostenplaatje zagen. Moest dat onderzoek wel zoveel kosten? Moeten wij dat betalen? We hebben uiteindelijk gekozen voor een nieuwe periode van één jaar in plaats van drie.”

 

  - Jullie hebben tijd gekocht?

  “Ja, zo zou je het kunnen zeggen. Dat geeft ons de tijd om de vragen verder te bespreken en te kijken naar mogelijkheden. Bijvoorbeeld naar andere financiering van het onderzoek.”

 

“In zo’n overleg zit je met heel verschillende organisaties bij elkaar. Ieder heeft ook zijn eigen agenda. Bovendien gaat de bestuurder van het ROC bijvoorbeeld over alle mbo-opleidingen, maar 24 de bestuurder van het voortgezet onderwijs gaat over zes scholen terwijl er in onze regio wel zo’n zestien zijn. Dat geldt ook voor de bestuurder van de kinderopvang. Hij vertegenwoordigt een organisatie die 70% van de opvanglocaties omvat, maar er zijn nog een paar organisaties. Je zit er dan toch anders bij, ‘kan ik dit wel zeggen namens mijn achterban?’ En dan heb je nog de gevoelde urgentie. Is deze beweging voor onze organisatie een handige hefboom om onze opleidingsstructuren open te breken?”

 

En daar kom ik weer met mijn vraag naar de richting van het hele proces, de bedoeling, de stip aan de horizon. Ik vind dit persoonlijk een belangrijke vraag en ook nu stel ik ‘m weer. - Al die energie, al die beweging, moet dat ergens toe leiden? Of is de beweging doel op zich?

 

“Mooi dat je dat vraagt. Toen we vorige week met onze stuurgroep er zo’n beetje uit waren zei één van de deelnemers plotseling: ’ja, want we moeten wel beginnen met waar we het eigenlijk voor doen!’ En toen waren we allemaal eventjes stil. Daar moesten we even over nadenken. Je kunt zeggen dat we dat nog steeds aan het aftasten zijn.”

  - Jullie zijn zelf ook een broedplaats?!

“Ja, die term is al gelanceerd! Maar als wiskundige denk ik dan meteen: wat betekent dat nou precies? Maar ja, misschien dat we de betekenis geleidelijk gaan ontdekken tijdens het proces dat we aan het doormaken zijn.” En dan kom ik bij de plek van het enthousiasme. Ik vraag naar zijn achtergrond (wiskundige) en het werk dat hij nu doet (het College van Bestuur adviseren over het onderwijs aan de universiteit) en dan begint hij te vertellen over het Honours Programma. ‘Nu kom je uit bij mijn visie!’ “Eén van de taken van de universiteit is om een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Wij doen dat via onze Honours Academy. Studenten die gemotiveerd zijn en kunnen aantonen dat ze er tijd voor kunnen vrij maken mogen hieraan deelnemen. Toen we net begonnen een aantal jaren geleden noemden ze dat nog ‘excellentie programma’s’ maar dat was voor ons niet de bedoeling. Wat wij voor ogen hadden was wat ze in Amerika noemden ‘Giving back to community’. Je bent bevoorrecht als je aan zo’n programma mag meedoen, maar dan verwachten we ook iets van je terug. Hier doen we dat bijvoorbeeld in zogenaamde denktanks. Dat zijn groepjes van zo’n tien studenten uit verschillende richtingen die reageren op een vraag of opdracht uit de samenleving. Dat moet dan uitmonden in een advies of oplossing. Als universiteit moet je niet met je rug naar de maatschappij staan, dus ook niet met je rug naar andere onderwijsinstellingen. Wat dat betreft is het goed dat we nu met zijn allen aan tafel zitten. Je ziet nu ook broedplaatsen waar studenten van de universiteit, van het hbo en van het mbo samenwerken, bijvoorbeeld richting de kinderopvang. Heel mooi!”

 

  - Hoe nu verder?

“Tot nu toe hebben we in ieder geval bereikt dat er al minder jongeren tussen de wal en het schip zijn beland. De volgende stap is de beweging de instituten in brengen. En dat is niet eenvoudig. Ga je bijvoorbeeld binnen iedere organisatie hier iemand voor aanstellen? Een soort innovatiefunctionaris? Dat moeten we nog bekijken. Maar de intentie is er nog steeds. En dat is veel waard.”

Media van broedplaats